Haarsterbos

Ten noorden van De Haar ligt het Haarsterbos. Dit bos kent nog enkele delen oerbos en is in het beheer van Staatsbosbeheer.

Het vroegere Haarsterbos lag oorspronkelijk tegen de Lageweg, dus verder naar het noorden. Rond 1850 liep de Lageweg om de bosrand heen. Het bos eindigde toen tegen wat nu de Verlengde Wilpsterweg is.

Eigenaar in die tijd was Jan Wolters Boerema, bewoner van de Wijma Heerd aan De Randel.

Het vrijliggend stuk bos aan de zandweg naar de Haar is nog een laatste oeroud gedeelte.

Rond 1850 wordt het middenbos aangelegd, rond 1915 verdwijnt het bos langs de Lageweg, in 1930 wordt het middenbos uitgebreid richting De Haar en Marum. Pas rond 2000 en daarna krijgt het Haarsterbos haar huidige definitieve vorm.

Oorspronkelijk werden deze bos aangelegd voor geriefhout. Marum was hiermee omringd: De Houtwal, De Holten, De Hoorn, De Linde en het Boerenveld.

Het zijn vaak bossen met eiken en berken, zo ook het Haarsterbos De oude eiken werden in het verleden omgehakt voor werktuigen maar ook voor de bast. Het looizuur werd gebruikt voor de leerlooierij. In de oude bosdelen komen nog onder andere de Salomonszegel en het Dalkruid voor.

De omgevallen bomen laat men bewust in het bos liggen. Deze bomen zijn een bron van leven voor diverse insecten. De insecten zijn weer een belangrijke bron van voedsel voor de vogels in het bos.

Het open terrein tussen het bos en de snelweg A7 is een foerageerplek voor reeën, hoewel dit gegeven door loslopende honden en fietscrossers onder druk is komen te staan.